|
| |
Bonsai
Bonsai (盆栽) is een Japans woord dat letterlijk 'boom in pot'
betekent. Het woord heeft betrekking op door manipulatie klein gehouden plant
die echter toch de illusie wekt een groot en oud exemplaar te zijn, een echte
boom. Dit wordt in de praktijk bereikt door taksnoei, wortelsnoei, kweken in
kleine potten en door stengels en stammen met behulp van alluminium- of
uitgegloeid koperdraad in de gewenste vorm te laten groeien. Zo kan een boom,
die onder natuurlijke omstandigheden uitgroeit tot een enige meters of
tientallen meters hoog exemplaar, een sierlijke plant worden op
kamerplantformaat, hoewel bonsai (het woord kan zowel enkelvoud als meervoud
aanduiden) voornamelijk buiten gehouden worden, aangezien dit de natuurlijke
leefomgeving is.
In de kunst om bonsai te kweken raakt men nooit uitgeleerd. Het kweken en
verzorgen van bonsai is een bezigheid waarin kunstzinnigheid, botanische kennis,
respect voor planten en natuur in het algemeen, deskundigheid van de technieken
en geduld samenkomen.
Het is ondoenlijk om één definitie van bonsai te geven. Dat is deels omdat er
twee zeer uiteenlopende hoofdspelers zijn in het geheel: de bonsai als ding of
product, en de bonsaiist als kweker, verzorger, vormgever. De andere reden is
dat de betekenis en functie van bonsai in de loop der tijden verandert. De
oudste functie kunnen we tegenwoordig slechts raden uit de verhalen; de link
naar religie (Zen en natuurreligie) wordt vaak aangehaald. De moderne functies
kunnen zijn: als hobby, als middel tot ontspanning, als uiting tot
kunstzinnigheid, als liefde voor alles wat groeit en bloeit, als middel tot
zelfontwikkeling, en zelfs als statussymbool in sommige subculturen.
Bonsai kan een kunstwerk zijn of worden, met prijzen zo hoog als men bereid is
om te betalen. Bonsai kan ook een heel goedkope hobby zijn, vooral als men zelf
vanuit zaden of zaailingen kweekt en juist daar de voldoening uit put. Eigenlijk
is een bonsai als kunstwerk nooit af, omdat hij zonder enige vorm van onderhoud
zal uitgroeien tot ongewenste vormen. In dat geval is de vergelijking met een
altijd mooi geschoren haag niet ontoepasselijk. Bonsai-onderhoud betekent dus
water geven, bemesten, bijsnoeien, de pot draaien, zodat alle zijden evenveel
zonlicht krijgen, en verpotten. Een bonsaihobby is dus beslist geen hobby die je
eens in de week doet.
Door de kleinere potten (kleiner dan gewoonlijk bij huiskamerplanten) drogen
bonsai sneller uit, zodat ze dagelijks begoten moeten worden. Bij heel kleine
bonsais moet dat in een warme periode zelfs meer keren per dag.
Het komt wel voor dat een bonsai, die redelijk af is (d.w.z. de bonsaiist is
tevreden met de vorm of stijl), drastisch veranderd wordt van vorm. Dat kan
gebeuren bij overdracht van de ene bonsaiist naar een andere, maar ook bij
dezelfde bonsaiist. Hoewel een oud uiterlijk als hoge kwaliteit van een bonsai
wordt beschouwd (net als bij oude bomen in de vrije natuur), is de feitelijke
leeftijd minder belangrijk dan de indruk van ouderdom. Toch is het natuurlijk
heel spijtig als een 80-jarige bonsai door onzorgvuldig onderhoud doodgaat.
Tegenwoordig kan bijna iedereen op de een of andere wijze bezig zijn met het
fenomeen bonsai. Op het Internet komen we nieuwe ontwikkelingen tegen. Naast de
klassieke Japanse bonsaivormen met de klassieke esthetische regels, komen we
nieuwe soorten bonsai (alleen als we de letterlijke vertaling beschouwen) tegen
en nieuwe termen zoals potensai, mallsai en snobsai. Potensai wordt vaak
gebruikt als men een bonsai in wording wil aanduiden. Mallsai is een massabonsai
die met weinig toewijding en esthetische criteria heel goedkoop wordt aangeboden
in de supermarkten of tuincentra. Snobsai is een aanduiding voor een dure bonsai
die door rijke mensen zonder enige kennis van bonsai wordt gekocht en puur als
decoratie en statussymbool wordt gebruikt.
Geschiedenis
Alhoewel het woord 'bonsai' direct verwijst naar Japan en indirect naar China,
is de kweek van bomen en boompjes in aardewerken potten al oeroud.
De eerste potbomen
Geschiedkundigen gaan ervan uit dat de klassieke Egyptische samenleving, voor
het eerst planten in potten kweekte. Het meest tastbare bewijs daarvan komt van
oude muurschilderingen uit de Graftombe van Nakht in Thebe (Egypte; ca. 1500 v.
Chr.). Daarop staan duidelijk potplanten met grasachtige gewassen afgebeeld. De
ontwikkeling van plantenteelt in potten heeft zich voortgezet in het Perzische
Rijk. De oorspronkelijke opkomst van de potteelt van bomen in Perzië moet
ongeveer synchroon hebben gelopen aan die in China. Alleen zal er in China meer
aangestuurd zijn op een zekere mate van esthetiek, in tegenstelling tot in
Perzië, waar de functionaliteit van de potplant belangrijker moet zijn geweest.
China was immers rijker aan water dan Perzië. Potten met een grote inhoudsmaat
waren in het drogere Perzië simpelweg belangrijker om een grotere hoeveelheid
vocht vast te houden. De eerste bomen die in potten gekweekt werden, waren
waarschijnlijk fruitboompjes. De Vijg(Ficus carica) is de fruitboomsoort die al
het langst in potten gekweekt wordt.
China
Gedurende de Han-dynastie (202 v. Chr. - 220 n. Chr.) bereikte de bonsaikunst in
China een zeker hoogtepunt. Destijds was het uitsluitend de rijke en gegoede
burgerij, die zich met deze kunstvorm bezighield. Chinezen spraken toen nog niet
van bonsai, maar van pun-sai, wat ook 'boompje in pot' betekent. Waarom er in
dat verleden zo'n behoefte ontstaan is om bomen terug te brengen tot een
miniatuur, is nog steeds niet echt duidelijk. Getekende kunst uit de
Han-dynastie geeft wel aan dat er destijds door de gegoede burgerij veel bonsais
cadeau werden gedaan, die dan per schip of koets vervoerd werden. Ook verkeerden
mediterende monniken vaak in de buurt van zulke miniatuurbomen.
Japan
De sterke verbreiding van het boeddhisme in de Middeleeuwen zorgde voor een
export van de eerste bonsai naar Japan. Rond 1195 werden de eerste bomen
ingevoerd in Japan. Daar nam de populariteit van bonsai een grote vlucht. De
eerste echte, historische verwijzing naar het bestaan van bonsai in Japan, is
afkomstig van het kunstwerk op rol Kasugagongen-genki uit 1309, van de schilder
Takakane Takashina. Takashina schilderde gedurende de Kamakura-periode(1183-1333),
een tijd waarin de Japanse kunst zich sterk ontwikkelde onder invloed van het
zenboeddhisme. De Japanners verfijnden destijds de bonsaikunst door de
toepassing van ingewikkeldere handelingen, waardoor de bomen beter gemanipuleerd
konden worden. In de 16e eeuw ontwikkelde de boomchirurgie zich verder in Japan
onder invloed van de bonsaikunst; bomen werden door middel van fijn gesmede
werktuigen en rauwe chemicaliën (vooral zwavelverbindingen) 'verbeterd'. Die
verbeteringen waren sterk gericht op verfijning en versobering in de geest van
Boeddha.
Japanse essentie
De Japanners waren degenen die het begrip 'Bonsai' verrijkten met een filosofie
die heden ten dage erkend wordt als de hoofdfilosofie. Vóór de introductie van
bonsai in Japan creëerden de Chinezen al miniatuurlandschappen gedurende de
Han-dynastie. Dergelijke landschappen werden penjing genoemd. Van de Chinese
filosofie achter bonsai en de miniatuurlandschappen is niets concreets bekend.
Derhalve is er volop ruimte voor historici om te gissen naar de beweegredenen.
Vooralsnog wordt de sierwaarde van dergelijke objecten nog steeds beschouwd als
de achterliggende hoofdreden voor de creatie van bonsai en penjing in China.
Binnen de bonsaileer in Japan werd in het begin van de 18e eeuw sterk
aangestuurd op de ontwikkeling van een essentialisme. In de 18e eeuw werd de
tuinarchitectuur sterk verrijkt door de integratie van bonsai in de gehele
compositie. Japans Wijsgerenraad stelde destijds Ibo Ito aan als 's lands 'bonsai-toezichthouder'.
Ito bezat zelf een gigantische collectie bonsai, die hij uitgestald had in
verschillende kwekerijen. Ito was de eerste bonsaimeester die de essentie van de
bonsaicompositie combineerde met haiku. Hij richtte daartoe op zijn
privé-grondgebied verschillende tokonama's in. Tokonama's combineren een lege
ruimte met een plant (vaak een bonsai), steen of landschap en een wijze spreuk
(vaak een haiku) tot een essentieel geheel. Het was de bedoeling om de waarnemer
een gevoel van rust te bezorgen door de 'ruis' uit de natuur weg te nemen en
uitsluitend datgene wat de kunstenaar van belang achtte, te tonen. Vaak waren de
overgangen tussen de verschillende seizoenen een reden om tokonama's opnieuw in
te richten.
De opkomst van de tokonama zorgde voor een nieuw inzicht in het begrip bonsai.
Het werd steeds belangrijker om het aanzicht van een boom terug te brengen tot
de meest wezenlijke delen. Datgene wat wezenlijk was werd destijds ingegeven
door godsdienst. Het zenboeddhisme, dat destijds in Japan populair was, hing
sterk aan natuur en stelde de mens als ontvankelijke macht ondergeschikt aan de
essentie van de natuur. Om dit gegeven zichtbaar te maken, waren bonsai zeer
geschikt, mits ze in een sobere opstelling werden ondergebracht. Uitsluitend dan
zouden ze de aanschouwer de essentie van Boeddha kunnen tonen. Bovendien
ontwikkelde zich toen het inzicht dat het innerlijke van de plantensoort leidend
moest zijn voor de gehele compositie. Van circa 1700 tot 1849 ontwikkelden zich
tal van bonsai-stijlen die toegeschreven werden aan hoofdlijnen van
'plantengeesten'; bonsaimeesters hadden destijds nauwkeurig naar wilde bomen en
planten gekeken en hun bevindingen genoteerd. Dit leidde tot het optekenen van
15 hoofdstijlen.
Bonsai wereldwijd
In 1850 gooide Japan haar grenzen gedeeltelijk open na 250 jaar van afzondering.
Vele reizigers passeerden de 17e-eeuwse tuinen, die perfect in harmonie met de
menselijke geest leken. Veel reizigers ervoeren in de tuinierskunsten van de
Japanners een geheimzinnige kracht. Ook de kleine boompjes maakten hevige
emoties van schoonheid los.
In 1862 deed Japan mee aan de wereldtentoonstelling in Londen. De aanblik van de
esthetisch volmaakt lijkende boompjes zorgde voor een toename van de vraag naar
Japans-Engelse tolken, want vooral de Engelsen met hun drang naar perfectie in
het tuinieren, waren geïnteresseerd in de kunde van de bonsaimeesters. Na de
wereldtentoonstellingen van 1873 (Wenen), 1867 en 1900 (beide Parijs) was de
vraag naar bonsai enorm gestegen en zodoende de voorraad exportboompjes in Japan
tot een minimum geslonken. Japan besloot na de wereldtentoonstelling van 1900
over te gaan tot de opzet van professionele kwekerijen die als enige doel het
kweken, trainen en exporteren van bonsai hadden.
Massaproductie in de 20ste eeuw
Binnen de 20ste-eeuwse professionalisering, perfectionaliseerde de bonsaikunst
zich tot het niveau van nu. Bonsai met bedradings- of snoeimerken worden door de
huidige bonsaimeesters als minderwaardig beschouwd. Ook zijn de Japanners steeds
meer, minder veeleisende soorten met kleinere bladeren in cultuur gaan nemen.
Belangrijk voor de Japanners in de 20ste eeuw was de geleidelijke ontwikkeling
van Omiya bij Tokio. Daar werd in 1925 de eerste grote bonsaikwekerij door de
heer Shimizu opgericht. Shimizu ontvluchtte Tokyo na de grote aardbeving in
1923. Tegenwoordig geldt Omiya als de wereldhoofdstad van de bonsaikunst.
Bonsai-principes
Bonsai kweken en vormen is iets wat iedereen kan leren. Het is zaak daarbij
richting te geven aan je creativiteit door kennis te nemen van de basisprincipes
van de bonsaikunst. In het verleden ging de kunst/kunde over van vader op zoon,
van meester op leerling. Tegenwoordig neemt men verschillende (korte) cursussen
en workshops, wordt men lid van een bonsaivereniging en zoekt men informatie op
het Internet en de honderden boeken over bonsai, die inmiddels geschreven zijn.
Hieronder worden de bonsaimethoden en -technieken globaal benoemd: Bonsai heeft
niets te maken met een bepaalde dwergvariant van een plant- of boomsoort, maar
uitsluitend met de methoden en technieken om een kleine plant of boom te kweken,
te vormen en te onderhouden zodanig dat de suggestie of illusie ontstaat van een
grote, volwassen en oude boom. Deze bonsaitechnieken vinden hun voedingsbodem in
de botanische kennis en in de algemene ontwerp kennis. Naast een gedegen kennis
over het gedrag van een bepaalde boomsoort bij een bepaalde ingreep, en de
daarbij horende problemen of ziektes, moet de bonsaiist zich ook verdiepen in
begrippen als ritme, perspektief, diepte, kracht door herhaling, bewegingsleer,
kleuren, texturen en de daarbij horende emoties, enz. Het moge duidelijk zijn
dat ontwerpen altijd een creatief proces is dat tevens enige kunstzinnigsheid
vereist.
De gefaseerde methode om van een zaailing of een startplant tot een volwaardig
bonsai te komen ziet er global zo uit: Eerst moet bepaald worden of de stam dik
genoeg is en de wortelvoet goed genoeg is voor het uiteindelijke ontwerp. Zo
niet dan moet de stam bij voorkeur in de volle grond worden geplant om snel
dikker te worden. Correctie aan de wortelvoet is mogelijk maar vereist nog meer
tijd dan de stamontwikkeling. Dit kan dus enige (tientallen) jaren duren. Om de
groeiscneario’s te kunnen bepalen moet men dus eerst een globaal idee hebben
over het uiteindelijke uiterlijk (ontwerp). De globale afmetingen en vorm moeten
eerst bepaald worden: hoogte, vorm, compositie, karakter. Dit is zonder twijfel
een van de moeilijkste onderdelen van bonsaivorming, omdat men ver in de
toekomst moet kijken, gewapend door ervaring én inspiratie/idee. Beginners
hebben natuurlijk nog geen ervaring, maar hopelijk wel frisse inspiraties.
Het ontwerp begint altijd met de bepaling van de voorzijde van de bonsai, de
vorm of stijl, en de gewenste afmetingen. Uit deze drie "gegevens" wordt het
ontwerp vervolgens bepaald, verder uitgedacht en uitgevoerd, en wel in de
volgorde: stam, gesteltakken, tweede, derde en eventueel vierde vertakking.
Na het ontwerp volgt de eerste stylingsronde, de echte ingrepen aan de boom of
plant zelf. De wortelvoet, de stamdikte en de stambeweging moeten dan al min of
meer goed zijn, omdat men dit moeilijk nog kan omvormen. Meestal bestaat de
eerste styling uit een grove snoeibeurt om alleen de essentiële gesteltakken te
behouden en te ontwikkelen. Alle "foute" of onnodige takken worden weggesnoeid.
Men gaat hier soms heel ver: er bestaan klasse-bonsais die bij nader inzien
slechts uit drie gesteltakken bestaan (maar wel met 2e, 3e en zelfs 4e
vertakkingen binnen/op deze gesteltakken). Een mooie boom uit drie gesteltakken
is bijna ondenkbaar. Na de (grove) snoei wordt vaak bedrading als techniek
ingezet om alle takken in de juiste vorm en richting te kunnen buigen. De
(zwaar) gesnoeide en bedrade pré-bonsai wordt daarna met rust gelaten, bemest en
vertroeteld om zich te herstellen van de snoeibeurt. De nieuwe groei zal de
pré-bonsai nu dichter brengen bij de uiteindelijke vorm dan voor de styling.
Een tweede, derde, en verdere stylingronde volgt zonodig in de loop der jaren.
Een bonsai wordt dan "af" verklaard wanneer de bonsai de beoogde vorm heeft
bereikt. Toch is een bonsai nooit werkelijk af. Laat men de bonsai namelijk
verder groeien zonder ingrepen, dan zal hij weer uit de (mooie) vorm geraken.
Bonsaistijlen
Tussen 1700 en 1849 werden er in Japan door de hoogste Japanse bonsaimeesters,
geheel in overeenstemming met het zenboeddhisme, 15 hoofdstijlen voor
bonsaivorming ontwikkeld. Deze hoofdstijlen zijn gebaseerd op boomzielen uit de
vrije natuur.
Shakkan (hellende stijl): hierbij staat de boom schuin naar één kant. Vaak wordt
een hoek van 70 tot 90 graden beschreven. De wortels onder de hellende stam
lijken in de grond te worden gedrukt, terwijl de wortels zich aan de andere
zijde krachtig tonen. Asymmetrische verdeling van takken en taps toelopende
stam. Zichtbaar bij alle boomsoorten.,
Moyogi (gebogen opgaande stijl): onderaan beschrijft de stam een goed zichtbare
bocht, waarna in de hogere delen van de stam het evenwicht gezocht wordt. De
takken zijn asymmetrisch verdeeld en de stam loopt taps toe. Zichtbaar bij
vrijwel alle boomsoorten.,
Kengai (cascadestijl): in deze stijl wordt een door natuurkrachten naar beneden
groeiende boom afgebeeld. In de natuur treedt dit fenomeen onder andere op in
rotsachtige omgeving, waar bomen onder meer door vallende rotsblokken en hevige
sneeuwval, vaak gedwongen worden om krom naar beneden te groeien. Niet zichtbaar
bij snel groeiende boomsoorten.,
Han-Kengai (half-cascadestijl): de kruin is aanwezig, doch laag. een der takken
helt over en doet denken aan Kengai. Niet zichtbaar bij snel groeiende
boomsoorten.,
Bunjingi (literati- of wijsgerenstijl): deze stijl is gebaseerd op het principe
van de vrijgestelde boom in een bos op voedselarme grond. Deze bosbomen hebben
namelijk een hoge, sierlijke kroon die op een matig gekronkelde stam staat.
Zichtbaar bij met name naaldbomen.,
Hokidachi (bezemstijl): de naam geeft al aan dat de boom qua uiterlijk gelijkt
op een bezem. Een rechte stam eindigt in een ronde, dicht vertakte kroon.
Zichtbaar bij iep en haagbeuk.,
Sharimiki (drijfhoutstijl): uitsluitend vertegenwoordigd door jeneverbes. De
stammen van jeneverbessen die in rotsachtige gebieden groeien, worden door
steenslag vaak ontschorst en gedeeltelijk geschild. Door de zon bleken deze
wonden vaak uit tot witte lijnen in de stam. Dit worden Shari's genoemd.,
Seki Joju (wortels-over-steenstijl): deze stijl is gebaseerd op bomen die op
rotsen hun wortels naar beneden sturen ten einde daar meer voedingsstoffen en
water te vinden. Wortel en stam krijgen daardoor hetzelfde uiterlijk. Zichtbaar
bij vrijwel alle boomsoorten.,
Ishisuki (hangend-aan-een-rotsstijl): de boom groeit in een spleet van een rots.
Wortels zijn niet zichtbaar buiten de rots, wel de wortelaanzet. Alle
voedingsstoffen en water worden uit het diepe van de rots gehaald. Zichtbaar bij
vrijwel alle boomsoorten.,
Sokan (dubbelstammige stijl): twee stammen komen uit dezelfde wortelhals,
waarbij de één dikker is dan de ander. Zichtbaar bij alle boomsoorten.,
Kabudachi (meerstammige stijl): drie of meer stammen komen uit dezelfde
wortelhals. Zichtbaar bij alle boomsoorten.,
Ikadabuki (vlotstijl): een omgeworpen boom richt de zijtakken op, waaruit
schijnbaar nieuwe boomindividuen omhoogkomen. De stam(-loop) blijft zichtbaar.
Zichtbaar bij alle boomsoorten.,
Yose-ue (bosstijl): een groep bomen die als geheel een natuurlijk element van
een landschap vertegenwoordigen. Zichtbaar bij alle boomsoorten.,
Saikei (natuurlijk landschap): een natuurlijk landschap dat in zijn aanzicht
vrij is van menselijke invloeden. Per definitie niet gebonden aan de
aanwezigheid van bomen, wel vaak gewenst in het kader van bonsai.,
Bonkei (menselijk landschap): een natuurlijk landschap dat in zijn aanzicht
verrijkt is met menselijke invloeden. Per definitie niet gebonden aan de
aanwezigheid van bomen, wel vaak gewenst in het kader van bonsai.,
|
|
|